Er zijn van die momenten dat het nuanceren me de strot uitkomt. Lastig, want ik zie mijzelf als een meester in het nuanceren. Een koning van de ‘ja, maar…’. Altijd probeer ik het ook van de andere kant te bekijken, houd ik mezelf voor dat het allemaal niet zo zwart-wit is. Vervolgens twijfel ik over mijn eigen gelijk, omdat voor de redenering van de ander ook veel te zeggen valt.
Maar nu ben ik het zat. Ik ben jaloers op al die mensen die volledig overtuigd zijn van hun eigen gelijk, die een mening hebben die ze je met harde hand op willen dringen. Al dan niet met een plank voor hun kop. Ik wil dat ook! Ik wil de waarheid in pacht hebben, in volste overtuiging kunnen zeggen dat ik het juiste antwoord heb. Maar ik kan het niet. Ik kan nuanceren, relativeren, balanceren, wikken, wegen, en wat al niet meer. Maar ik kan niet op de bres springen en mijn mening in een scherpe one-liner verkondigen.
Misschien zit het in mijn genen, is het aangeboren. Misschien is het aangeleerd, ik weet het niet. Maar steeds als ik een uitgesproken mening denk te hebben hoor ik de tegenargumenten al weer in m’n hoofd. Stiekem denk ik dan: misschien heb ik wel geen mening. Het wordt dus tijd om een mening te zoeken, want wie luistert er nog als je geen ferme taal spreekt. Tijd dus, om de stemwijzer in te vullen. Dan weet ik tenminste waar ik voor sta. Of toch niet?
dinsdag 28 april 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Het hoeft toch niet te betekenen dat je geen mening hebt omdat je vaak een stille stem in jouw hoofd hebt die het tegendeel eveneens als een mogelijkheid acht. Een mening kan inconsistenties bevatten waardoor de 'ja, maar' van een uitspraak niet uigesloten moet zijn om een eigen visie te hebben.
BeantwoordenVerwijderenSterker nog, mensen - bijvoorbeeld politici- menen zekerheden te hebben in hun kennis, maar zoals Descartes al zei: als je denkt dat je de waarheid in pacht hebt, ben je fout bezig. Het zit namelijk zo volgens hem; er zijn drie soorten mensen:
-zij die niets weten
-zij die menen alles te weten
-zij die weten dat ze niets weten
Politici lijken tot die tweede categorie te behoren of doen in ieder geval alsof ze alles weten. Als ze effectief zo zijn, mag je jezelf gelukkig prijzen dat je van jezelf vindt dat je geen duidelijke mening hebt. In het geval dat ze doen alsof ze de waarheid bezitten, is dit een teken van onmacht. Een duidelijk standpunt overtuigt namelijk beter. En iedereen weet dat retoriek een handig middel is om inhoudelijk zwakke standpunten te verdedigen.
Ergo, wees blij dat je geen absoluut zekere mening hebt. En laat die stemwijzer voor wat ze is, want je leert er toch maar enkel niet-genuanceerde standpunten innemen.
Je hebt gelijk als je zegt dat beweren de waarheid in pacht te hebben een foute bezigheid is. Als je niet openstaat voor andere standpunten kom je niet veel verder in het publieke debat. Het probleem is echter dat je ook naar de andere kant kunt doorslaan: door altijd maar stil te staan bij het feit dat standpunten van anderen ook een kern van waarheid kunnen bezitten loop je de kans uiteindelijk stil te blijven staan en niets te ondernemen.
BeantwoordenVerwijderenDaarom denk ik dat het geen slecht idee is om af en toe een sterk standpunt in te nemen en daar voor te gaan, ook al ben je niet helemaal zeker van je zaak.